Op Stap in Groningen
In het noorden van Nederland ligt een regio waar de tijd niet stilstaat, maar waar ze wel haar eigen tempo heeft gekozen. Geen haast, geen geduw. Enkel ruimte, lucht, en een landschap dat zich langzaam ontvouwt — zoals het hoort. We beginnen in het Ommeland, het platteland rond de stad Groningen, waar boerderijen soms nog klinken als adellijke hofsteden en waar je je voeten in de modder moet zetten om het leven echt te voelen.
Ik kies het hazenpad in ’t Roegwold, een nieuw natuurdomein dat vandaag een fourageergebied is voor inheemse en uitheemse vogelsoorten. De waterral? De porceleinhoen? Al van gehoord? Natuurfotograaf Wilco kan zo begeesterd praten, waardoor je spontaan zelf eieren zou willen leggen.
Onze volgende halte is de Fraeylemaborg in Slochteren. Wat ooit een kasteel was voor de elite, voelt vandaag als een plek waar muren nog fluisteren. In de salons leer ik dat dit geen museum is, maar een oud huis dat weigert te vergeten. De geur van oud hout, de barstjes in het plafond, de echo van een lang vervlogen diner. En ja, buiten staat een gelukkig koppel te trouwen — een mooi contrast met de statige pompeusheid van het gebouw. Crème au beurre met een glimlach.
Niet ver van het kasteel trek ik mijn schoenen uit — letterlijk. Het blotevoetenpad van ’t Roegwold lijkt op het eerste gezicht iets voor kinderen. Maar geloof me, elke volwassene die vergeet hoe gras tussen de tenen voelt, heeft iets nodig als dit. Modder, water, boomstammen. Het is gênant verhelderend.
Dan roept de stad. Groningen, de trotse universiteitsstad die zich niet laat vangen in clichés. Hier geen grachtengordelromantiek of Amsterdamse zelfgenoegzaamheid. Groningen is eigenzinnig, koppig en jong. En ja, je komt er niet om de Martinitoren heen, of zoals ze hem hier noemen: de Olle Grieze. De toren torent niet alleen fysiek boven alles uit — hij staat ook symbool voor het karakter van de stad. Trots, grijs, en met een klokenspel dat zelfs de haastigste student tot stilstand brengt.
’s Avonds vind je verhalen in de cafés, muziek in de steegjes, en gesprekken die nergens heen moeten, behalve dieper. Groningen is misschien de ‘next best thing’ volgens de New York Times, maar voor mij is het vooral: nu. Echt. En helemaal zichzelf.




